Sauna is het Finse woord voor baden. Bij een lage luchtvochtigheid (3-20% relatieve vochtigheid) en een hoge temperatuur (70-100°) kunnen we ontspannen, de afweer verhogen tegen infecties, hart- en bloedsomloop trainen, stofwisseling activeren, en afvalstoffen via de huid verwijderen.
Sauna
Bij een saunabad stimuleren afwisselend warmte en koude het lichaam. Dit leidt tot veelvuldige reacties van het organisme van het lichaam. De grote warmte in de saunacabine leidt tot verwijding van de huidbloedvaten en tot een sterke transpiratie. Hiermede worden ook afvalstoffen uit de huid afgescheiden en reinigt de huid zich. Ofschoon door verdamping van transpiratievocht de huid gekoeld wordt, zal de lichaamstemperatuur ca. 1°C stijgen en de temperatuur van de huid ca. 10°C. Daardoor wordt de afweer tegen infecties gestimuleerd.
Verder gaat van de saunawarmte een ontspannende werking uit op de psyche en de spieren. Een of meerdere saunabaden per week geven ons meer weerstand, vitaliteit, en een zeer goede ontspanning. In tegenstelling tot wat door menigeen gedacht zal de sauna niet zorgdragen voor een gewichtsafname. Het vocht wat we verliezen tijdens de saunagang wordt in de regel direct na de rustperiode weer aangevuld door bijvoorbeeld een glas bronwater.
